|
Voor volkshogeschoolmensen misschien een wat onwennige plaats:
het Abdijhuis (vormingscentrum van de Norbertijnerabdij in
Heeswijk), waar de Stichting voor Volkshogeschoolwerk, de
Beraadsgroep Vorming en het Abdijhuis op vrijdag 13 oktober 2000 een
symposium organiseerden over de vraag, hoe in vormingswerk dat zich
richt op zingevingsvraagstukken en spiritualiteit ook het aspect van
maatschappelijke verantwoordelijkheid aan bod zou kunnen komen. En
waarschijnlijk net zo onwennig voor de vertegenwoordigers van de
christelijk-maatschappelijke vrouwenorganisatie Passage (fusie van
NCVB en CPB) en het Humanistisch Verbond, die eveneens bij de
voorbereiding betrokken waren. Maar het viel wel heel erg mee! Het
symposium werd door heel veel deelnemers interessant en stimulerend
gevonden. De Stichting voor Volkshogeschoolwerk die zich vooral
inzet voor educatie tot maatschappelijke betrokkenheid - maakte het
symposium financieel mogelijk.1
Speurtocht naar zingeving
In de symposiumbundel, die vooraf aan de 110
aangemelde deelnemers werd toegestuurd, wordt de vraagstelling nader
uitgewerkt. Er wordt verwezen naar het trendrapport Vorming
(g)een millenniumprobleem? (1999) van de Beraadsgroep
Vorming, waarin een schets wordt gegeven van het oriëntatieverlies
dat hedendaagse mensen bedreigt. Deze thematiek was al eerder aan de
orde gesteld in de conferentie van de Beraadsgroep i.s.m. de
Vereniging voor VHS-werk en het Vlaams Centrum voor
Volksontwikkeling vanuit de optiek van De moderne nomade en
zijn bagage (eind 1998).
Het trendrapport wijst erop, dat de individualisering en het
verzwakken van de collectieve kaders en de grote verhalen, de
ontzuiling, ontideologisering en ontkerkelijking het individu
dwingen tot zelfproductie van zijn culturele identiteit, zowel in
zijn maatschappelijke als privé-leven. Moderne subjecten zijn zeker
niet ongevoelig geworden voor vragen naar de zin van het bestaan en
naar geestelijke krachten. Eerder het tegendeel, al lijkt het
merendeel van de mensen zich niet meer zo zeer te identificeren met
vaststaande dogmas en opvattingen van de officiële
wereldbeschouwingen. Voor velen is zingeving meer een nomadische
speurtocht geworden naar allerhande kennisbronnen die in
uiteenlopende combinaties houvast kunnen bieden voor een per
definitie risicovol bestaan, dan de onderwerping aan de wetten van
hogere machten.
Deze speurtocht blijkt ook uit de grote belangstelling die er
bestaat voor vormingswerk, gericht op zingeving en spiritualiteit.
Praktisch alle vormingswerk in het Abdijhuis bijvoorbeeld is hierop
gericht, niet omdat het Abdijhuis zelf hiervoor uit principe zou
kiezen, maar omdat de belangstelling van de deelnemers hier
praktisch uitsluitend naar uitgaat (in tegenstelling tot een
decennium geleden, toen de belangstelling voor een
maatschappelijk-gericht vormingsaanbod er nog groot was). Ook in
ander vormingswerk is de interesse voor zingevingsvragen vaak groter
dan voor maatschappelijk gerichte themas. Zelfs in een bij
uitstek maatschappelijk georiënteerde organisatie voor sociale
vorming als het Nivon is deze tendens bespeurbaar.
Maatschappelijke betrokkenheid niet weg
Bij deze korte schets van de problematiek
werden in discussies ter voorbereiding op de conferentie nog enkele
belangrijke kanttekeningen geplaatst.
Het maatschappelijk engagement en het besef van maatschappelijke
verantwoordelijkheid als zodanig aldus de symposiumbundel - zijn
zeker niet verdwenen, zie het vele vrijwilligerswerk en de grote
aanhang van bijvoorbeeld Amnesty International en Green Peace.
Misschien is er zelfs wel een veel grotere inzet dan vroeger.
Scholen waren nog niet zo lang geleden van de onderwijzers en
katholieke parochiekerken van de clerus, maar nu drijven ze op
vrijwilligers.
Veel mensen maken zich grote zorgen over bepaalde maatschappelijke
ontwikkelingen, maar ze komen niet op bijeenkomsten die daarover
gaan. Ze voelen zich wel betrokken bij maatschappelijke problemen,
maar hebben het gevoel, dat ze er weinig of niets aan kunnen doen en
laten het bij geldelijke steun aan Green Peace of de NOVIB.
Bovendien is gebleken, dat je mensen tegenwoordig ook eerder voor
maatschappelijke kwesties kunt interesseren als je die problemen
niet op een algemeen niveau aan de orde stelt, maar vlak bij de
eigen voordeur (niet: de multiculturele samenleving, maar: de
Marokkanen in de eigen wijk; niet hét milieu, maar een concreet
milieuprobleem in de buurt).
Geen tegenstelling
Wellicht worden, aldus de voorbereidende tekst,
zingeving en maatschappelijke verantwoordelijkheid ook teveel als
tegenstelling gezien. Vormingswerk rond stervensbegeleiding (toch
een blijk van sociale verantwoordelijkheid) trekt heel veel
belangstelling. Bij vormingsbijeenkomsten gericht op zingeving, kan
toch im- of expliciet de samenleving in het vizier komen, zie b.v.
op het Abdijhuis de bijeenkomsten voor Lotgenoten voor
slachtoffers van seksueel misbruik (wat zijn de maatschappelijke
kanten van dit probleem), of weekends rond de dood (hoe gaat onze
samenleving met de dood om?) Men wil ook wel maatschappelijke
betrokkenheid als dat bijdraagt aan de persoonlijke zingeving. In
activeringswerk, ook dat vanuit levensbeschouwelijke organisaties,
klinkt voortdurend de vraag: wat kunnen we daadwerkelijk doen aan
maatschappelijke problemen. Maar het vertrekpunt is niet meer het
collectieve maar het persoonlijke. Mensen komen eerder af op
personen dan op maatschappelijke problemen, Mandela i.p.v. apartheid
of derde wereld bijvoorbeeld.
In de symposiumbundel wordt geconcludeerd, dat het bij zingeving
gaat om zowel een persoonlijk als een publiek aspect, om
persoonlijke én publieke zingeving. Daar kunnen mensen op worden
aangesproken en daar ligt dus ook een aangrijpingspunt voor vorming.
Probleemstelling symposium
Vanuit de bovenstaande schets van de
thematiek formuleerden de organisatoren als centrale
probleemstelling voor het symposium: Hoe kan aan de behoefte van
mensen aan ondersteuning bij vragen naar zingeving en spiritualiteit
in het vormingswerk tegemoet gekomen worden, terwijl toch ook aan
het aspect van de maatschappelijke verantwoordelijkheid
expliciet aandacht wordt besteed. Bezinning op deze thematiek en in
het bijzonder op methodes om er vorm aan te geven lijkt bijzonder
zinvol.
Grenzen en herinneringen
Het symposium begon met een indringende
inleiding van Prof. Dr Lieve Troch, hoogleraar feministische
religiestudies in Sao Paulo en werkzaam aan de Nijmeegse
Universiteit. Zoals zij pendelt tussen Nederland en Latijns Amerika,
zo pendelde zij in haar analyse ook tussen de ontwikkelingen hier en
een kijk van daaruit. Het gaat er om, stelde zij voorop, door
maatschappelijk en politiek handelen de wereld veiliger te maken
voor onze spiritualiteit. Het centrale probleem in de inleiding van
Prof. Troch was het omgaan met grenzen en herinneringen.
Zij ging kritisch in op twee kenmerken van deze tijd: de
globalisering en de cultuur van de onmiddellijke bevrediging.
Globalisering is een ambivalent proces: economisch gaat het om
ontgrenzing voor kapitaal en goederen, maar de kloof tussen arm en
rijk is groter dan ooit en de grenzen van Europa gaan dicht. De
cultuur van de onmiddellijke bevrediging in de westerse
samenlevingen leidt ook tot het zoeken naar instant-zingeving.
Daartegenover wees Prof. Troch op het belang van de subversieve
herinneringen van slachtoffers en gediscrimineerde groepen. De
bijdrage van vormingswerk kan liggen in de reflectie op grenzen en
herinneringen en het leren van grensoverschrijdingen. (Helaas was de
inleiding van prof. Troch niet beschikbaar voor publicatie in dit
blad).
Maatschappelijk g
ericht
Hedendaagse praktijken op het gebied van
zingeving en spiritualiteit kwamen aan de orde in een viertal
presentaties. Lotte Wouters en Anna de Jong presenteerden
Praten over de dood verrijkt je leven, een discussieproject
van het Humanistisch Verbond. Het gaat bij dit project niet om
rouwbegeleiding, maar het mikt op mensen die rond de dood geen steun
(meer) vinden bij de kerk en zingevingsproblemen ook niet
willen overlaten aan beroepskrachten. Doel is enerzijds om
individueel na te denken over sterfelijkheid en het levenseinde en
anderzijds maatschappelijk mensen in de eigen omgeving steun te
geven bij het omgaan met de dood.
Qua thematiek gaat het bij de bijeenkomsten op het Abdijhuis voor
Lotgenoten van seksueel misbruik (gepresenteerd door
Cobi Voskuilen en Wies Stael) eigenlijk per definitie zowel om een
persoonlijk als een maatschappelijk probleem. De weekenden zijn
bestemd voor vrouwen die veel moeten inhalen, van wie het misbruik
(vaak) is dood gezwegen en voor wie het leven weer zin moet krijgen:
de zin van het leven en weer zin in het leven. De maatschappelijk
kant is wel aanwezig, maar wordt niet expliciet aan de orde gesteld.
Oases in de woestijn
In de cursus Spiritualiteit &
vrijwilligerswerk van het Ignatiushuis in Amsterdam
gepresenteerd door Fieke Klaver - gaat het er om in je eigen daagse
leven en werken momenten te ontdekken die inspirerend, bemoedigend
en hoopgevend zijn. Vraag is, hoe de tijdgeest, de levensloop,
het werk, de levenssfeer, de religieuze traditie en de natuur een
rol spelen in je eigen geleefde zingeving en je (eventueel) helpen
om je te richten op de Eeuwige. Het maatschappelijke speelt in
deze benadering een duidelijke rol en kan ook expliciet aan de orde
gesteld worden.
Oases in de woestijn - methode voor spirituele
blikverruiming en maatschappijkritiek is ontwikkeld door Ds B.
Rootmensen, studentenpredikant te Amsterdam. Hij presenteerde zijn
methode ook, zij het heel kort door het uitlopen van de andere
verhalen. Woestijn staat bij hem voor drie dingen:
-
letterlijk de verwoestijning als milieu-probleem;
-
de technocratisering die ons waardensysteem
overheerst;
-
de vermarkting;
het post-moderne levensgevoel (het einde van de grote
verhalen) dat enerzijds grotere vrijheid voor het individu
betekent
en het einde van de bevoogding, maar anderzijds leegte brengt
aan zingeving en spiritualiteit.
In de reeks
bijeenkomsten van deze methode gaat het om het tegenkomen van oases
(ontvankelijk zijn), het zoeken van oases (opgave en uitdaging), het
scheppen van oases en om (bijbels-theologische) achtergrondwoorden.
Van deze methode wordt onder andere veel gebruikt gemaakt door
Passage, de christelijk-maatschappelijke vrouwenorganisatie.
Vormingswerk en zingeving
Theo Jansen,
universitair hoofddocent vorming & volwasseneneducatie in
Nijmegen en lid van de Beraadsgroep Vorming, was gevraagd om vooral
methodisch commentaar te geven op de vier praktijk-presentaties.
Maar hij verraste de deelnemers met een overigens heel
interessante en uitdagende inleiding waarin hij kritische vragen
stelde bij het thema. Wat is zingeving eigenlijk; betreft het
hier niet een per definitie hoogst persoonlijke aangelegenheid? Gaat
het bij zingeving en maatschappelijke
verantwoordelijkheid niet om twee geheel gescheiden
vocabulaires? Is er wel sprake van een crisis in de
zingeving en in de maatschappelijke verantwoordelijkheid? Toch leeft
het thema, zei Theo Jansen, maar het is belangrijk de goede vragen
te stellen. Vormingswerk moet er van uitgaan, dat leren en
zingeving, leren en maatschappelijk participeren samen gaan. De
Inleiding van Theo Jansen wordt hieronder in extenso afgedrukt.
Na deze inleiding volgden nog werkgroepen - waarin de thematiek van
de dag en de inbreng van sprekers en presentatoren werden
bediscussieerd en waar de diversiteit van opvattingen over zingeving
en maatschappelijk engagement waarover Theo Jansen het had duidelijk
aan het daglicht trad en een plenaire discussie over de in de
werkgroepen gerezen vragen.
De plenaire discussie spitste zich toe op de vraag of er naast de
sombere signalen over de hedendaagse samenleving toch ook niet veel
lichtpunten waren te ontdekken. Kijken we niet te veel naar wat er
aan goeds verdwijnt en hebben we niet te weinig oog voor nieuwe
ontwikkelingen? Daarnaast werd de vraag gesteld, hoe van een
kritische analyse over te gaan naar de kleine dagelijkse praktijken.
Belangrijk werd algemeen de aanwijzing van Theo Jansen gevonden met
betrekking tot de verbinding van leren en het participeren in
maatschappelijke activiteiten. In aansluiting hierop werd er gepleit
voor meer engagement van het vormingswerk: zoek de plekken op waar
de zwaarste klappen vallen en bevraag hen op hun grenzen en
(subversieve resp. bevestigende) herinneringen.
Deelnemers
Wat de (110
aangemelde) deelnemers betreft, was het nog interessant te zien, dat
er voor een flink deel andere mensen op het symposium afkwamen dan
bij de andere conferenties van de Beraadsgroep Vorming en de
Stichting voor Volkshogeschoolwerk. Verheugend was het relatief
grote aantal studenten, die er bovendien voor zorgden dat er meer
kleur in de zaal zat dan bij de andere in dit nummer besproken
conferentie.
Overzicht aanmeldingen
| Studenten
|
16
|
| Docenten
|
5
|
| Ondersteuningsinstellingen
|
7
|
| Vormingswerk/zingeving
|
25
|
| Sociaal
Cult. Werk/ander Vormingswerk/ROCs
|
22
|
| St.
v.Volkshogeschoolwerk/
Beraadsgroep Vorming
|
7
|
| Vrouwenorganisaties
Andere belangstellenden
|
11
18
|
|
1
Het symposium werd voorbereid door Wil van de Heijden (Abdijhuis),
Simon Vuyk (Stichting voor VHS-werk), Henk Michielse (Beraadsgroep
Vorming), Lotte Wouters (Humanistisch Verbond) en Roeleke de Witte
(Passage) in samenwerking met Piet Faas (Prisma-Brabant), Rick de
Jongh (Universiteit voor Humanistiek), Frans Berkers (Haagse
Hogeschool) en Hans Vertegaal (NIVON).
|